CVO ISBO KA1 2015 – 2016 Jobshadowing, Campus Lidköping, Zweden

“Enhancing social inclusion of the learners by integrating culture and language in their daily life.” Onderwijssysteem in Zweden Het basisprincipe van het Zweedse onderwijsmodel is dat elk kind in staat moet zijn om naar de dichtstbijzijnde school te gaan. En als dat kind een handicap heeft, of geen Zweeds spreekt, dan moet de school tegemoet komen aan de specifieke behoeftes van het kind. Het onderwijs is erop gericht om kinderen en volwassenen van alle rangen en standen dezelfde kansen te bieden. Het onderwijssysteem is ook veel minder prestatiegericht. Rapporten komen er pas in de eindfase van de basisschool en het huiswerk is over het algemeen gering in omvang. Van 7 tot 16 jaar gaan kinderen naar de ‘Grundskolan’ (verplicht). In de meeste klassen hebben de leerlingen gedurende drie jaar dezelfde leerkracht die bijna alle vakken geeft. Voor muziek en sport zijn er vaak vakleerkrachten. Hierna gaan ze gedurende 3 jaar naar het ‘Gymnasium’. Dit kan een beroepsgerichte opleiding zijn of een meer theoretische opleiding. Tijdens deze 3 jaar moeten ze vaak zelfstandig werken en krijgen ze veel vrijheid. Ze kiezen een bepaalde richting (wetenschappen, elektriciteit, koken, ..) maar ook binnen die richting krijgen ze de vrijheid om enkele keuzevakken te kiezen, naargelang hun interesses. Sommige lessen duren 30 minuten, andere lessen duren dan weer 1 uur. Organisatorisch gezien is dit heel complex, maar het zorgt er wel voor dat jongvolwassenen leren om keuzes te maken en om zich te organiseren. Indien ze hulp nodig hebben voor een bepaald vak, wordt dit besproken met de leerkracht. Leerkrachten kunnen voor die leerlingen beroep doen op een ‘student coach’. Een student coach kan bijles geven aan een groep leerlingen, maar kan ook individuele bijles geven indien dit nodig blijkt te zijn. Ik had de indruk dat ze in Zweden veel meer belang hechten aan vakoverschrijdende doelstellingen, zoals leren plannen, leren samenwerken, leren kiezen, … en dat dit misschien wel het meest waardevolle is van het Zweeds onderwijssysteem. Dit vereist een goede samenwerking tussen collega's onderling, maar ook een goede samenwerking met andere organisaties is hierbij van essentieel belang. Vanaf 20 jaar kunnen mensen terecht in de scholen voor volwasseneneducatie. Deze scholen bieden een brede waaier aan opleidingen aan. Het kan gaan om beroepsopleidingen, maar ook om cursussen die leiden tot een bepaalde specialisatie. De gratis taalcursus Zweeds voor immigranten (Svenska för Invandrare ofwel SFI) wordt ook aan deze scholen gegeven. Zweedse scholen (volwassenenonderwijs) zijn sterk in afstandsonderwijs. Cursisten kunnen dan gebruik maken van videoverbindingen met colleges en lessen op scholen in andere plaatsen. Vooral in dunbevolkte gebieden biedt dit de kans om opleidingen te volgen op een niveau waarin plaatselijk niet kan worden voorzien. Introductiecursus Alle cursisten, met uitzondering van analfabeten, krijgen gedurende 4 weken een ‘introductiecursus’ en op basis van hun scholingsgraad, motivatie, competentie en attitude komen ze dan in verschillende trajecten terecht. Analfabeten volgen geen introductiecursus, maar volgen vanaf het begin een ander traject. Tijdens de introductiecursus staat de observatie van de leerkracht centraal. Zo krijgen de cursisten bijvoorbeeld tijdens de les verschillende oefeningen waar ze zelfstandig aan moeten werken. Om de (grammaticale) oefeningen te kunnen maken, moet de cursist over enkele studievaardigheden en inzichten in het aanleren van een taal beschikken. De oefeningen zijn opgesteld zodat ze peilen naar dit inzicht. De leerkracht heeft in de introductie klas een observerende rol. Bovendien ligt de focus tijdens de introductiecursus op spreekvaardigheid en zelfredzaamheid. Na deze cursus moeten de cursisten in staat zijn zich in de winkel, apotheek, … kortom het dagelijks leven verstaanbaar te maken. Tijdens deze introductiecursus is grammatica en schrijfvaardigheid van ondergeschikt belang. Dit wordt ook zo aan de cursisten gecommuniceerd. De belangrijkste doelstelling van deze cursus is om hen enerzijds een basisniveau Zweeds bij te brengen en anderzijds dat ze in de juiste groep terechtkomen. Hier wordt heel veel belang aan gehecht en ik ben er ook van overtuigd dat we hier zelf ook iets kunnen uit leren. Bij de start van een nieuwe groep gaat de leerkracht samen met een administratieve medewerker de cursisten aan de ingang opwachten. De cursisten die nog documenten moeten ondertekenen, kunnen dit dan meteen in orde brengen en zo wordt de leerkracht niet overbelast met administratieve taken. Tijdens de eerste les van de introductiecursus overloopt de leerkracht de onthaalbrochure. Hierin staat een plattegrond van de school, een lijst van alle leerkrachten Zweeds (met hun foto), enkele schoolregels (i.v.m. gsm’s in de les), meer informatie over hun traject, de contactpersoon voor ‘studieen trajectbegeleiding’,... Hierin staan bovendien ook enkele standaard sms’jes die de cursisten als voorbeeld kunnen gebruiken als ze ziek zijn om de leerkracht te verwittigen. Svenska för Invandrare Het complexe systeem van niveaus was in het begin heel verwarrend voor mij. In Zweden volgen laaggeschoolde - waaronder analfabete of andersgealfabetiseerde - en hooggeschoolde volwassenen les op dezelfde school. Een deel van de cursisten komt na de introductiecursus bijvoorbeeld in klas 2B terecht. Naargelang je individuele vorderingen kan het zijn dat je 3 maand in klasgroep 2B zit, maar het kan ook zijn dat je 2 jaar in die klas zit. De leerkracht beslist wanneer je klaar bent om deel te nemen aan een test en bijgevolg naar een hoger niveau kan doorstromen. Het nadeel is dat dit wel soms tot ongenoegen kan leiden bij cursisten die al een lange tijd in dezelfde klas zitten en niet mogen deelnemen aan een test omdat ze er nog niet klaar voor zijn. De meeste cursisten krijgen les van 2 verschillende leerkrachten: bijvoorbeeld 4 dagen per week krijgen ze les van hun leerkracht en dan 1 dag per week krijgen ze les van een gastdocent - een andere SFI leerkracht van dezelfde school. Dit is enerzijds om de objectiviteit te garanderen en anderzijds om ervoor te zorgen dat beide leerkrachten kunnen overleggen over de vooruitgang van de cursisten. Als individu heb je daar namelijk niet altijd een goed zicht op. In het Zweeds onderwijssysteem wordt veel minder gedacht in termen van lestijden, jaren of niveaus. Dit heeft zowel positieve als negatieve kanten. Het kan frustrerend zijn voor de cursisten dat ze nooit op voorhand weten hoe lang ze over een bepaald traject zullen doen. Cursisten komen vaak met dergelijke vragen naar leerkrachten en het is vervelend als je hier als lesgever geen antwoord op kan geven. Langs de andere kant zorgt dit er wel voor dat cursisten zich niet blind staren op een bepaalde termijn. Ze weten van zodra ze zich inschrijven dat de duur van hun traject afhankelijk zal zijn van hun motivatie, vorderingen, doorzettingsvermogen,… De leerkracht beslist wanneer de cursist een bepaalde niveautest kan afleggen. Omdat niet gedacht wordt in termen van ‘lestijden’ gebonden aan bepaalde niveaus, ervaart de leerkracht veel minder tijdsdruk over de te behandelen leerstof. De cursisten bepalen het lestempo grotendeels zelf. Een zwakke klas zal meer lestijden nodig hebben om bepaalde leerdoelen te bereiken, maar dat vormt geen enkel probleem. Tijdens het traject zal de leerstof op haar beurt aan bod komen. Hierdoor is er ook veel ruimte om bijvoorbeeld een uitstap te maken naar de bibliotheek, naar een film te kijken in de klas, ... Tijdens de uitstap naar de biblitotheek kregen de cursisten de kans om een eenvoudig boek in het Zweeds uit te lenen. Meertaligheid is in Zweden erg belangrijk en dat merk je ook in de bibliotheek. Bovendien wordt er niet enkel geïnvesteerd in Zweedse boeken, maar vindt men het ook belangrijk dat anderstaligen ook in hun eigen taal kunnen lezen. Zo was er een uitgebreide keuze aan boeken in het Engels, Frans, Portugees, Turks, Chinees, Thai, ... En ja, zelfs boeken in het Nederlands waren voorhanden in de bibliotheek! Niemand weet op voorhand hoe lang een cursist over een niveau/ traject zal doen en alles komt wanneer het komt. Op de computer kunnen de leerkrachten zien hoeveel lesuren een cursist al bij hen op school gevolgd heeft. Dit kan variëren van 200 u tot 1500 u, afhankelijk van de motivatie, voorkennis, taalkennis en scholingsgraad, vorderingen, ... Na het SFI- traject kunnen anderstaligen een SVA (Svenska som andraspråk) traject volgen. Dit bestaat uit 3 niveaus, maar ook hier is het niet zo dat cursisten noodzakelijkerwijze die 3 niveaus moeten volgen. Het kan zijn dat iemand onmiddellijk naar niveau 3 kan doorstromen indien hij kan aantonen al over de basiscompetenties van het voorafgaande niveau te beschikken. Leerkrachten die willen les geven in SVA moeten een specifieke lerarenopleiding SVA gevolgd hebben. Dit is een nieuwe regelgeving die sinds enkele jaren van kracht is. Slechts weinig leerkrachten hebben deze specifieke lerarenopleiding gevolgd, waardoor er tekort dreigt te zijn aan leerkrachten ‘Svenska som andraspråk’. Leerkrachten overleggen tijdens de koffiepauze regelmatig over de vorderingen van de cursisten. Aangezien leerkrachten 40u/ week werken ongeacht het aantal lesuren is er veel ruimte voor overleg tussen de collega’s. Er wordt veel samengewerkt onder het motto ‘Lärarens bästa läromedel - en god Kollega’ (= het beste lesmateriaal voor een leerkracht is een goede collega). De leerkrachten maken alle voorbereidingen op school. Al het materiaal is aanwezig. Er zijn heel wat iPads en hoofdtelefoons aanwezig die de leerkrachten kunnen uitlenen. De iPads worden voornamelijk gebruikt in de klas om cursisten individueel te laten werken. Zo wordt bijvoorbeeld eerst klassikaal gewerkt aan het opstellen van een informele brief/ mail. In het boek stonden enkele voorbeelden die de leerkracht samen met de cursisten doornam. Daarna konden de cursisten met de iPad naar een filmpje kijken waarin dit thema ook aan bod kwam. Op die manier wordt dit eens op een andere manier herhaald. In elke klas staat een beamer en computer. Op school zijn er verschillende ‘werkplaatsen’ waar de cursisten zelfstandig op de computer kunnen werken. De cursisten kopen zelf geen boeken aan. De school stelt de boeken ter beschikking van de cursisten. Evaluatiesysteem De niveautesten zijn nationale testen die op alle scholen gebruikt worden en ze testen de 4 vaardigheden (score A-F). Als je een score krijgt tussen A (uitstekend) en E (voldoende) ben je geslaagd. Enkel indien je score F krijgt, ben je niet geslaagd. Indien een cursist voor 1 van de 4 vaardigheden onvoldoende punten heeft behaald (score F), kan hij/ zij gedelibereerd worden en toch naar een volgend niveau doorstromen. Indien een cursist voor 1 vaardigheid onvoldoende heeft en de punten voor de 3 andere vaardigheden zijn ook niet zo goed, kan beslist worden dat de cursist (nog) niet mag doorstromen. De cursist blijft dan nog enkele weken/ maanden in dezelfde klas tot de leerkracht merkt dat de cursist de basiscompetenties heeft bereikt. De cursist moet niet telkens opnieuw een test afleggen, maar kan doorstromen van zodra de leerkracht weet dat hij daar klaar voor is. Door dit systeem, wordt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de leerkracht gelegd. De leerkracht observeert, begeleidt en motiveert de cursist doorheen zijn /haar traject. De punten van van de nationale testen worden besproken met de cursist, maar de cursist krijgt hier zelf geen schriftelijke neerslag van. Het is de bedoeling dat de cursist zich na het gesprek met de lesgever bewust is van zijn eigen zwaktes zodat hij weet waarop hij zich in de nabije toekomst moet focussen om naar een volgend niveau te kunnen doorstromen. Er wordt veel tijd en ruimte voorzien om in dialoog te gaan met de cursist. Dit kan voor, tijdens of na de les. Tijdens de les gebeurt het vaak dat er een cursist apart wordt genomen voor een kort gesprek buiten het klaslokaal terwijl de andere cursisten oefeningen maken. De conversatiegroep gaat 2x per week door en dit wordt georganiseerd door het Rode Kruis. Er zijn heel wat Zweedse vrijwilligers (hoofdzakelijk gepensioneerden) die 1 of 2x per week met de anderstaligen Zweeds komen spreken. Vooral mond-aan-mond reclame heeft hen hier naartoe gebracht. Er wordt klassikaal aan de conversatiegroep deelgenomen. Onderling wordt afgesproken welke klas aan de conversatiegroep deelnemen. Toen ik daar was, waren er ongeveer evenveel anderstaligen als native speakers. Vooral mond-aanmond reclame heeft hen hier naartoe gebracht. Er wordt ook vaak klassikaal aan de conversatiegroep deelgenomen. Conversatiegroep De conversatiegroep gaat 2x per week door en dit wordt georganiseerd door het Rode Kruis. Er zijn heel wat Zweedse vrijwilligers (hoofdzakelijk gepensioneerden) die 1 of 2x per week met de anderstaligen Zweeds komen spreken. Er wordt regelmatig klassikaal aan de conversatiegroep deelgenomen. Tussen de collega’s SFI wordt dan afgesproken welke klas aan de conversatiegroep zal deelnemen. Toen ik daar was, waren er ongeveer evenveel anderstaligen als native speakers.

Website door: AppGroup.be